Velen van ons zitten de hele dag in hun hoofd. We vergeten dat we een lijf hebben en zintuigen. We denken alleen nog maar en zeker als we piekeren draaien we steeds in dezelfde cirkels. We vinden het moeilijk om uit de tredmolen te stappen. Er is altijd wel iets te doen. Werk, kinderen, koken, schoonmaken en vrienden, alles eist voortdurend onze aandacht op. En toch moeten we onszelf dwingen om af en toe pas op de plaats te maken. Juist om het veeleisende geweld van alledag niet alleen als een last, maar ook als een lust te kunnen ervaren.

Een beproefde methode is buiten bewegen. Dit zijn de enige twee woorden die je hoeft te onthouden. Als je naar de supermarkt loopt, doe je het al. Voor veel mensen is het lastig om tijd te vinden om naar de bossen of het strand te gaan. Daarom een oefening die je kunt doen als je op de fiets op weg bent naar je werk of als je al lopend een boodschap aan het doen bent. Het begint bij de stilte. Luister daarnaar. Doe niets anders dan luisteren. Schakel je andere zintuigen zoveel mogelijk uit. Wat hoor je? Als je meer tijd hebt, kan je na een minuut of vijf overschakelen op een ander zintuig. Wat voel je? De wind op je huid? De zon op je gezicht? De stevige aarde onder je voeten? Na deze vijf minuten ga je ruiken. Wat ruik je? De geuren van de stad? Of heb je het geluk dat je net onder een boom doorloopt of langs een bloeiende struik? Gebruik je zintuigen. Als je dit regelmatig doet, zul je merken dat het rust geeft en een bewuster zijn. Het helpt je relativeren en zaken en zorgen in een ander en breder perspectief te plaatsen.