Een reisverslag van een rondreis door Zuid-Amerika in 2016.

Om in Zuid-Amerika te komen is vliegen de handigste manier van reizen. De beroemde reisschrijver Paul Theroux kiest voor de trein, maar die reist dan ook vanuit Boston en heeft hoogstaande, kritische, zorgvuldig doordachte oordelen over reizen door de lucht. De observaties van luchttoeristen zouden oppervlakkig en repetitief en dus oninteressant zijn. Daarbij vergeleken zijn de doorwrochte analyses en scherpe inzichten waar Paul Theroux ons deelgenoot van maakt, pareltjes van helderheid, orginaliteit en diepzinnigheid. Treinen zijn gevaarlijk, vies, tochtig, onbetrouwbaar en geschikt voor arme mensen. Dat ook al in de jaren zeventig van de vorige eeuw reizen en de manier waarop een kwestie was van vrije keuze, zouden we na lezing van Paul Theroux zijn verhalen, bijna vergeten.


Ondanks zijn lijdensweg permitteert Theroux het zich om bij herhaling op een superieur toontje de luchtreiziger weg te zetten als iemand die niet geïnteresseerd is in echte ervaringen. Alsof er niets gebeurt op vliegvelden, bij het vertrek, de vlucht, de aankomst. Alsof het lange wachten geen intensieve oefening is in ZEN. Waarom zou een reiziger alleen iets meemaken als de omgeving viezig en onaangenaam is, als het eten en drinken potentieel gevaarlijk is en de omstandigheden hardvochtig zijn? Waarom zou een mens niet mogen genieten van weldadig comfort terwijl en waardoor hij alle tijd heeft om, in plaats van te overleven, te kijken, ruiken, proeven en voelen?
Een vlucht biedt de kans een droomlandschap te ervaren. Vliegend boven het wolkendek, dat zacht oogt als dons en wit als vers gevallen sneeuw, kan de reiziger zich wanen als een god die neerkijkt op de krioelende, ijverige en tobbende mensenmassa. Onaanraakbaar en ongenaakbaar. Zonder ontberingen en tijdsverspilling, vol frisse energie, direct op de plaats van bestemming. Welk vervoermiddel kan op tegen een vliegtuig?

Het is vast toeval, maar toch. De films die wij recent hebben gezien, gaan over snijdende kou, extreem afzien, primitief kamperen en vooral, mannen-onder-elkaar. In een paar dagen tijd, nog een evident voordeel van vliegen, zagen wij The revenant, The hateful eight, Brokeback Mountain en A walk in the woods. Films die ondanks de onmiskenbare verschillen (A walk in the woods is plat en vol gemiste kansen en The hateful eight is hilarisch), onontkoombare overeenkomsten vertonen. Natuurlijk, boys will be boys, maar dat is niet de enige verklaring voor deze opmerkelijke patronen. Het gaat hier om symbolen die, weliswaar af en toe historisch, maar vooral mytisch zijn.
Het is het Grote Verhaal van de eenling die nooit opgeeft. Die met een, al dan niet tijdelijke soulmate, kameraad, makker, niet naar achteren kijkt, maar naar voren. De ene voet voor de andere, desnoods op een paard, krachtig zittend in het zadel of halfdood hangend over zijn rug. Wij laten ons er niet onder krijgen. Wij zijn overwinnaars van onvoorstelbare, grillige, bovenmenselijke, eeuwige en bijna heilige natuurkrachten. Wind en koude staan symbool voor de vijand waarmee de strijd wordt aangegaan. Agressieve beren zijn de fysieke tegenstanders. De extremiteiten zijn bloedstollend angstaanjagend en nietsontziend gruwelijk. Op de kijker komen ze over als prehistorisch in de letterlijke zin van het woord. Dit geweld is van voor de menselijke tijd.

Wat zeggen deze films over onze samenleving en ons leven? Is er een behoefte aan nieuwe helden nu oude gezagspatronen en rolmodellen niet meer werken? Is er behoefte aan trots en zelfvertrouwen nu de westerse wereld langzaam zijn superieure positie op het wereldtoneel begint te verliezen? Is er behoefte aan echte gevoelens en ervaringen, nu het leven zich grotendeels binnenshuis of op kantoor afspeelt achter de computer of voor de televisie? Is er behoefte aan een parallel leven? Een leven als een droom, ideaal, fantasie, vlucht uit ons eigen saaie, kleurloze bestaan?
Wij laten ons de komende weken inspireren door deze films. Wij gaan onze grenzen verleggen, ervaringen opdoen. Wij zullen buiten zijn, in en met de natuur. Wij gaan steden verkennen en mensen ontmoeten. Open en nieuwsgierig. Betrokken en leergierig. Alleen is voor ons het nieuwe niet de vijand, maar een mogelijke vriend. Wij verwachten geen beproevingen en tegenspoed. We voelen ons nu al welkom.

De meest bijzondere ervaring die reizen met zich meebrengt, en die het lezen van boeken of het zien van beelden op internet niet kunnen vervangen, is de ervaring die we opdoen via onze zintuigen. De sensatie van de zinderende hitte, de zacht-klamme lucht, het piepende geluid van tsjilpende krekels, van een koerende duif, schor blaffende honden met het sonore geruis van de stad op de achtergrond.
Anders dan in West-Europa heb ik in de meer tropische delen van de wereld altijd het gevoel dat ik omarmd word door de atmosfeer en de omgeving. Dat mijn zintuigen wakker worden uit een lange winterslaap. Het andere, het vreemde kust mijn bewustzijn wakker. Ik kan weer zien, ruiken, horen en voelen. En dat is dan ook wat ik doe, zittend op ons balkon in Hotel Santa Teresa. Uitkijkend over de stad Rio de Janeiro die vanaf mijn gezichtspunt heel groen oogt. De eerste kennismaking is magsich. Vanuit een dikke nevel wordt de stad geboren.


Het hotel bevindt zich hoog boven de stad in de gelijknamige bohémien wijk. De inrichting is een combinatie van koloniale meubels, traditionele kunst en kosmopolitisch chic. Ik beleef een echo van mijn recente verblijf in Paramaribo. Dezelfde ontspannen sfeer, Caraïbische levensstijl. Hier wordt hard gewerkt, maar ook veel gefeest. Gegeten en gedronken. Hartstochtelijk ruzie gemaakt en gepassioneerd bemind. Het leven zal en moet geleefd. De voorbereidingen voor het carnaval zijn in volle gang. Voor even zullen de rollen worden omgedraaid. De rijke zal arm zijn en de arme rijk. Voor vier dagen zullen de Brazilianen ontsnappen aan de rauwe werkelijkheid van corruptie en crisis die de economie drie tot vier procent per jaar doet krimpen.
Ondertussen zit ik op mijn balkon. Voor het eerst wakker geworden in deze fascinerende stad.

De geluiden van het strand. Het ruisen van de Atlantische Oceaan klinkt hetzelfde als de regelmatige en vaak krachtige golfslag van de Noordzee. Nu ik, inmiddels alweer ruim zeven jaar, in het rustige, statige en aangenaam groene Den Haag woon, weet ik wat het betekent om dichtbij de zee te zijn. Op de dag van ons vertrek, lichtjaren geleden, roken wij vroeg in de ochtend, de ziltig-zoete lucht van de voor ons onzichtbare, maar altijd geruststellend aanwezige zee. De geur van afscheid. 
De klanken en de toon van het Scheveningse Noordzeestrand zijn universeel. Ook hier in Rio schrille kinderstemmen en trappen tegen een bal. Maar er zijn ook verschillen. Bij post 9 zijn minder meeuwen, meer strandventers en overal zijn kleuren. Of verbeeld ik me dat het thuis aan de kust grijzer is? 
In Nederland vormt iedere strandtent een herkenbare eenheid. Uitstraling, menukaart, kwaliteit van het meubilair, kleurgebruik, muziek, niveau van de bediening, voor iedere groep wat wils. Hier bepaalt en definieert de post, het deel van het strand waar je zit, tot welke groep je behoort. Op ons stuk strand niet dezelfde stoelen, handdoeken en parasols. In tegenstelling tot de burgerlijke orde die heerst op de Nederlandse stranden, die een perfecte afspiegeling is van de keurig georganiseerde Nederlandse samenleving, heerst op het strand van Rio een vrolijke en kleurige chaos. Om ons heen een zee van kleine parasols en stoeltjes die in de loop van de dag groeit als een vrolijk leger dat zich opmaakt voor een gevecht tegen een machtige vijand. Maar het zou getuigen van arrogantie als ik niet zou zien dat ook dit leger zijn eigen dwingende logica en strakke regels kent. Achter de uitbundigheid, de levendigheid en bedrijvigheid gaat een serieuze aanvaarding van het ritme van het leven schuil. Zonder deze berusting zou ook de Braziliaanse samenleving ontsporen.


De stemming is al vroeg broeierig en sensueel. Iedereen wacht op de dingen die komen gaan. De verkopers trotseren onvermoeibaar de verzengde hitte, terwijl ze ingenieus zelfontworpen en gemaakte stellages met zich meedragen waarop ze de hele wereld verkopen. Wij hebben ons voor de dag geïnstalleerd en observeren gretig iedereen die langs loopt. Onze inventarisatie levert de volgende koopwaar op: Zonnebrillen, zonnebrand, jurkjes, bikini’s, sieraden, omslagdoeken, voetballen, emmertjes en hoeden. Naast deze spullen vinden het eten en drinken gretig aftrek bij degenen die op het strand liggen. We kunnen kiezen uit kleurige drankjes, ter plekke gebarbecuede garnalen, watermeloenen, ijsjes en diverse andere onbestemde etenswaren en dranken die in krakkemigge koelboxen en verchroomde tanks worden vervoerd. Masseuses bieden hun diensten aan en waarschijnlijk schiet mijn fantasie en levenservaring te kort om te zien wat er allemaal nog meer wordt aangeboden.
Met hun zangerige Braziliaanse keelklanken vormen de handelaren de Zuid-Amerikaanse ondertoon van de strandgeluiden. Op alle mogelijke manieren trekken ze de aandacht. Hun stemmen zijn soms door microfoons versterkt. Ze ratelen, zingen en spreken ons dwingend en smekend toe. Het strand van Rio heeft geen extra muziek uit strandtenten nodig. Vergeleken met de dreinende bassen die een zomerse wandeling aan het Hollandse strand kunnen begeleiden, heerst hier een oase van rust. De geluiden passen bij de omgeving, organisch en harmonieus. Zonder de strandventers kon ik me op een willekeurig strand, overal in de wereld, wanen. Maar met hen weet ik precies waar ik me bevind en wie ik ben. Voor één dag The Girl from Ipanema.

Over een paar dagen begint het wereldberoemde carnaval van Rio en over een paar maanden zijn de Olympische Spelen in Brazilië. De stad is niet klaar, wel klaar, niet klaar, wel klaar. Pas op het allerlaatste moment zullen we het weten. Historisch gezien is het een merkwaardige discussie. De stad zal zijn of niet zijn. Er is geen keuze. De evenementen komen onafwendbaar en overmijdbaar. De autoriteiten, de bewoners en de gasten van Rio zullen zich aan de omstandigheden aanpassen. De stad is een levend organisme en hier is dat zichtbaarder dan elders. De stad ademt met de groene longen van het tropische regenwoud. Nergens ter wereld is meer groen in het centrum van een stad. Een gebied van meer dan 100 vierkante kilometer waar de wetten van de jungle gelden bevindt zich middenin de stad en verschaft koelte, ruimte, rust en lucht. Dit is geen stadspark. Dit is een onvoorspelbaar oerwoud.
Groen is niet de enige kleur in deze stad. De baaien en de zee die in en om de stad liggen kleuren Rio blauw. De glad ronde rotsen die hier en daar toegankelijk zijn gemaakt via kabelbanen en trambaantjes, waken over en beschermen de stad. In het licht van deze onverstoorbare natuurkrachten is de vraag of Rio de Janeiro klaar is voor de toekomst futiel, onbelangrijk en irrelevant.

Onze gids, Lukasc Santos, is een voorbeeld van de levenskracht van de Fluminensen, zoals de inwoners van Rio worden genoemd. Hij is geboren en opgegroeid in één van de grootste favela’s en wordt niet moe ons uit te leggen dat de sloppenwijken van Rio niet meer de trieste, vieze en armoedige stadsbuurten zijn van vroeger. De levensomstandigheden van de bewoners zijn sterk verbeterd. Geweld door bendes en politie is afgenomen en basisvoorzieningen als riolering, telefoon, water en elektriciteit zijn veelal geregeld. Sociale programma’s hebben onderwijs en zorg op een hoger peil gebacht. Zelfs de economische teruggang en de Zika-mug zullen daar geen verandering in brengen.

Over een paar dagen begint het wereldberoemde carnaval van Rio en over een paar maanden zijn de Olympische Spelen in Brazilië. De stad is niet klaar, wel klaar, niet klaar, wel klaar. Pas op het allerlaatste moment zullen we het weten. Historisch gezien is het een merkwaardige discussie. De stad zal zijn of niet zijn. Er is geen keuze. De evenementen komen onafwendbaar en overmijdbaar. De autoriteiten, de bewoners en de gasten van Rio zullen zich aan de omstandigheden aanpassen. De stad is een levend organisme en hier is dat zichtbaarder dan elders. De stad ademt met de groene longen van het tropische regenwoud. Nergens ter wereld is meer groen in het centrum van een stad. Een gebied van meer dan 100 vierkante kilometer waar de wetten van de jungle gelden bevindt zich middenin de stad en verschaft koelte, ruimte, rust en lucht. Dit is geen stadspark. Dit is een onvoorspelbaar oerwoud.
Groen is niet de enige kleur in deze stad. De baaien en de zee die in en om de stad liggen kleuren Rio blauw. De glad ronde rotsen die hier en daar toegankelijk zijn gemaakt via kabelbanen en trambaantjes, waken over en beschermen de stad. In het licht van deze onverstoorbare natuurkrachten is de vraag of Rio de Janeiro klaar is voor de toekomst futiel, onbelangrijk en irrelevant.

Onze gids, Lukasc Santos, is een voorbeeld van de levenskracht van de Fluminensen, zoals de inwoners van Rio worden genoemd. Hij is geboren en opgegroeid in één van de grootste favela’s en wordt niet moe ons uit te leggen dat de sloppenwijken van Rio niet meer de trieste, vieze en armoedige stadsbuurten zijn van vroeger. De levensomstandigheden van de bewoners zijn sterk verbeterd. Geweld door bendes en politie is afgenomen en basisvoorzieningen als riolering, telefoon, water en elektriciteit zijn veelal geregeld. Sociale programma’s hebben onderwijs en zorg op een hoger peil gebacht. Zelfs de economische teruggang en de Zika-mug zullen daar geen verandering in brengen.

In Kom hier dat ik u kus schrijft Griet Op de Beeck dat eten is voor mensen die niets te vieren hebben. Deze zin heb ik een paar keer gelezen en ook daarna begreep ik hem nog niet. Eten is voor mij het omgekeerde. Eten is het vieren van het leven. Over alles wat ik in mijn mond stop heb ik nagedacht. Het gaat dus niet om een hersenloos vieren, een afgestompt feesten, maar om bewust genieten. Waarschijnlijk lijden Griet Op de Beeck en ik aan hetzelfde, maar hebben we daar een andere oplossing en uitweg voor gevonden. Voor haar is het afwijzing, voor mij aanvaarding en overgave. Ik heb het culinaire tot kunst verheven.Te vergelijken met literatuur, poëzie en architectuur. Een prestatie van formaat waar met kennis van zaken en terdege voorbereid het meeste uit kan worden gehaald. Een intellectueel feestje. Hard werken dus.
Smaak is slechts één van de zintuigen die bovenmatig worden geprikkeld als we op reis zijn. Hyper bewust ervaren we elk windje op onze huid en signaleren onze ogen ieder nieuw beeld. En telkens als we langs een restaurant lopen of aan tafel zitten ruiken we het onbekende. We zijn wat we eten. Voor even een ander.

Rio komt ruimhartig tegemoet aan deze nieuwsgierigheid naar het onbekende. Aan diversiteit geen gebrek. We eten in een Churrasco restaurant kip, varkensvlees, worstjes en rundvlees. Obers lopen af en aan om het hongerige publiek te voorzien van vlees dat aan lange spiezen is gestoken. We dineren beschaafd Italiaans bij restaurant Cipriani in het Copacabana Palace hotel. We lunchen Frans op z’n Braziliaans bij Olympe. Het laatste restaurant is van een telg van de Troisgros familie, die begin jaren tachtig de drukkende roem van drie sterren, zijn vader en Frankrijk is ontvlucht om in Rio zijn eigen ster te laten stralen.

We ontmoeten Piet, een kwieke zeventiger die al 19 jaar in Argentinië woont, in de bar van het Hilton Hotel in het centrum van Puerto Maduro Waterfront. Puerto Madero is een recent herontwikkeld havengebied in Buenos Aires waar zich naast hippe horeca de grote internationale ondernemingen hebben gevestigd. Na de kennismaking, Piet is de vriend van een vriend, komt het gesprek al snel op de politieke situatie in Argentinië. Een niet te vermijden onderwerp in een verpolitiekt land. De gegoede burgerij is dolblij dat de centrum-rechtse Mauricio Macri na twaalf jaar Kirchner populisme de macht heeft overgenomen. Met name Cristina Kirchner blijkt een bron van grote irritatie te zijn geweest. Vooral nadat ze de gewoonte had ontwikkeld om, naar voorbeeld van de linkse Zuid-Amerikaanse politieke helden Castro en Chavez, de bevolking een paar keer per week urenlang toe te spreken via de televisie.


De volgende dag, als we Piets Argentijnse vrouw ontmoeten, blijft de stem van mevrouw Kirchner de gemoederen bezighouden. In de Verenigde Staten woedt juist nu een discussie over de manier waarop Hillary Clinton spreekt. Volgens de bekende commentator Bob Woodward ‘schreeuwt’ Clinton. Een klassieke sexistische valkuil waar de geharnaste, door de wol geverfde tweede en derde generatie Amerikaanse feministen wel raad mee weten. Zij laten Woodward in zijn eigen kuil liggen en fileren zijn zogenaamde analyse. In Argentinië was het in de laatste fase van het Kirchner-tijdperk de gewoonte geworden om uit het raam te gaan hangen en luid op potten en pannen te slaan op het moment dat Kirchner begon met één van haar eindeloze speeches. Commentatoren en het publiek ergeren zich overal aan de stemmen van vrouwelijke politici. Alleen de tegenstand manifesteert zich anders.
We krijgen een rondleiding door Buenos Aires en zien hoe de tijdloze en ongrijpbare macht ongebroken is. We bezoeken clubs aan brede boulevards en in lommerrijke wijken die bevolkt worden door de nationale en internationale zakelijke en politieke elite, door diplomaten en militairen. Allemaal hebben ze de afgelopen jaren hun adem ingehouden. Maar ze zijn er nog en ruiken hun kans. De relaties met internationale schuldeisers en investeerders moet verbeteren en de inflatie moet omlaag. In deze clubs wordt de nieuwe president Macri met een rode lopen ontvangen.

Het Alvear Palace Hotel in de wijk Recoleta staat symbool voor het Buenos Aires van de rijken, de succesvollen, degenen die vaak al bij geboorte geslaagd zijn in het leven. Het is een stadspaleis zoals hier velen zijn. De luxe oogt vanzelfsprekend. Overal marmer, bladgoud, antieke meubels, klassieke schilderijen, fantastische bloemstukken, zachte tapijten en onopvallende en onberispelijke bediening. Hier past de gast zich automatisch aan bij de omgeving. Niemand misstaat hier. Wie hard schreeuwend binnenloopt, doet ogenblikkelijk het zwijgen toe, wie ongepast gekleed gaat, zoekt direct zijn hotelkamer op om het Hawaï hemd te vervangen door stemmig wit of grijs. Het hotel leidt de dans. De gast heeft geen andere keuze dan zich te laten leiden.
Wij zijn vijf dagen in Buenos Aires en hebben dus alle tijd om het hotel te verkennen. We dineren laat bij La Bourgogne, beulen ons af in de fitness en het zwembad en laten ons verwennen in de Spa. Onze favoriete plekken zijn de Champagnebar en de centraal gelegen Lobbybar die op elk moment van de dag donker is. Wij vinden een plek in een onzichtbare hoek van de grote ruimte, bestellen drank en observeren onbekommerd de andere gasten.
De cocktails en gerechten dragen illustere namen die een spiegel zijn van het continent dat we bereizen. Classic Cocktail Patagonia, Martini Tango, Margarita, Carnevale, Gran Alvear en A dream Oddysey. We kunnen kiezen tussen Patagonische oesters, Argentijnse kazen, gerookte Chileense zalm en hamburgers van Argentijnse runderen.


De lobbybar is een ruimte van zeker vijf meter hoog. Op de witte tegelvloer staan een tiental groen marmeren tafeltjes op gedecoreerde mahoniehouten pootjes en twee zwart lederen chesterfields. In de lucht hangen antieke Venetiaanse kroonluchters. Rechttegenover de open ruimte die vanaf de entree van het hotel de ingang van de bar vormt, bevindt zich de glimmend gepolijste houten bar met daarachter een buffet vol klassieke en exotische dranken. Op de bar hoge vazen gevuld met witte lelies. De aan weerszijde gepositioneerde muren vallen op door de rijke bladgouden ornamenten die de spiegels en deuren omlijsten.
De bar is gevuld met een aangename mengelmoes van buurtbewoners, toeristen en zakenmensen. Naast ons zit een klein, maar luidruchtig aanwezig gezelschap van Amerikanen. Hun zuidelijke accenten dragen ver. Een blonde vijftiger met glanzende wangen en een lichaam waarin ergens zijn oorspronkelijke zelf verborgen moet zitten, voert de boventoon. Hij en zijn entourage hanteren dezelfde kledingcode: Geruite blouses, te grote bandplooibroeken en schoenen met klosjes. De zelfverzekerde Amerikanen zijn blijkbaar immuun voor de ongeschreven regels van het hotel.

In een verre hoek van de lobby hebben zich vier oudere, prachtig geconserveerde, Argentijnse dames verzameld. Ze zien eruit als vriendinnen vanaf de upper class kleuterschool. Ze nippen beschaafd van hun cocktails. De kunstig en zorgvuldig opgestoken haren, de perfect gemanicuurde nagels, de dure jurken, bijpassende tassen, elegante schoenen en doorrookte stemmen harmoniëren perfect met de hoogglans gelakte lambrisering. Ook zonder of wellicht juist zonder botox straalt de strenge chic. In vorige levens bevolkten ze de Parijse salons en flaneerden ze langs etalages en koffiehuizen in Milaan en Rome. Nu zitten ze hier. In de lobbybar van het Alvear Palace in Buenos Aires. Zo zien geslaagde Europese Argentijnen eruit. Ze voelen zich hier thuis, maar ook in hun omvangrijke hacienda’s op de uitgestrekte pampa’s. Voor hen geen Sehnsucht naar het oude Europa, niet het eeuwige zoeken en de onrust waar intellectuelen als Sebalt aan leden en over schreven. Zij zijn Buenos Aires. Bijna zouden we vergeten dat niet ver hiervandaan op de Plaza Mayo iedere dag demonstraties worden gehouden door de andere kant. De niet zo succesvollen. De kritikasters. Degenen die genoeg hebben van de corruptie door de bevoorrechten.

Het zou niemand verbazen als Borges zelf de bar binnen zou lopen en een glas zou bestellen. Vandaag is alles mogelijk. De charmante gids naast het ruziënde Zwitserse echtpaar. De trendy jonge mannen uit India met hipsterbaarden. De perfect opgevoede twaalf-jarige Japanse tweeling meisjes in hun lichtblauwe jurkjes met strikken in het haar. De twee homo’s die, in hun strakke spijkerbroeken, met de barman flirten en in hoog tempo Johnnie Walker Black Label drinken. Allemaal laten ze zich bedwelmen door de chique nostalgische atmosfeer van de ingetogen bar. Anders dan in de Champagne bar waar beroemde Amerikaanse sterren op een groot televisiescherm optreden tijdens een gala voor The Police, klinkt hier klassieke muziek. Hier geen Braziliaanse bossa nova, samba of fado, maar deftige Europese klanken. Wij drinken onze cocktails en zakken langzaam weg in een dikke mist. Alvast in de stemming voor Patagonië.

We verblijven in een hotel dat eigendom is van Cristina Kirchner. Zij is de vrouw van de voormalige gouverneur van Santa Cruz, de latere president van Argentinië en in 2004 zijn opvolger. Nestor Kirchner stimuleerde begin van de eeuw het toerisme in deze regio door de koning van Spanje uit te nodigen voor een staatsbezoek en hem mee te nemen naar de Perito Moreno gletsjer in het nationale Park Los Glaciares. De gletsjer is de enige bewegende en toch op zijn plaats blijvende gletsjer ter wereld. De gletsjer schuift iedere dag twee meter op en iedere dag verdwijnt er ook twee meter. Grote ijsbrokken breken af en vallen de rivier in. Dat gaat gepaard met grof natuurgeweld, enorme krachten en hevig gekraak. Sinds de komst van de koning van Spanje is dit een toeristische attractie van formaat.

Ons hotel staat op een groot terrein grenzend aan de baai die een uitloper is van het Lago Argentina. Het bestaat uit een aantal ruim uit elkaar liggende, lage villa’s in de stijl van een klassieke hacienda. Christina woont op een kavel naast het areaal. Haar woning ligt onzichtbaar tussen hoge bomen.
Dat het kan waaien in Patagonië is een eufemisme. De eerste dag doen we een poging naar het nabijgelegen meer te wandelen. Halverwege geven we het op. De wind is zo hevig dat we nauwelijks vooruitkomen. Het is een onbeheerst, grillig en wreed natuurverschijnsel dat ons angst inboezemt. De volgende dag vertelt onze gids Raoul, die dertien jaar geleden vanuit Cordoba naar El Calafate is gekomen, dat het zelfmoordcijfer in Patagonië hoger is dan elders in de wereld. Vanwege de wind die soms dagen achter elkaar kan waaien als een woedende, niet tevreden te stellen, boze geest.
De grillen van de natuur maken bang, maar wekken ook ontzag. Wij varen naar de gletsjer en zien dat hij binnen enkele minuten van kleur verandert. Donkere schaduwen verduisteren de zojuist nog fel wit en azuurblauw getinte sneeuwmassa’s. Het water van het meer kent vele schakeringen, bijna zwart, donkerblauw, aquamarijn, smaragdgroen, middellandse zee blauw, ijskoud blauw, fel koboltblauw, donkergroen en wittig. De wolkenatlas boven het meer en de gletsjer is een fascinerend raadsel. Hoe lezen en begrijpen wij deze mytische vertellingen? Welke geheimen en belangrijke boodschappen bevatten ze? Het is een eeuwige schande en zonde dat er geen Indianen meer zijn die deze tekens kunnen interpreteren. Wie moet ons nu Het Verhaal over het Leven vertellen?

We verlaten Argentinië en gaan op weg naar Chili. Om daar te komen moeten we om de bergen heen rijden. Een tocht van acht uur. In het eerste deel van de reis zien we hier en daar nog een huis met een golfplaten dak. Daarna weinig meer. Dit zou het landschap van het absolute niets kunnen zijn, ware het niet dat ik mezelf dwing te observeren wat er wel is. Eindeloze ruimtes van lucht en aarde, de oppervlakte van de bodem bedekt met stugge mossen en harde grassen. Daartussen liggen stenen in alle soorten en maten, grijsgroen en grijsgeel van kleur. Hier en daar een donkergroene struik, een wit kruis, een eenzaam hek, een groepje guanaco’s, de wilde versie van de lama. In de verten lage bergen.
Het meest in het oog springt de hemel. Helderblauw als in de mooiste kerken van Napels met grote zacht witte wolken in de vorm van op hun plaats zwevende vogels, mollige babies, vliegende tapijten en vissen die vandaag het blauw van de lucht verkiezen boven de zee, de meren en de rivieren. Achter deze wolken bevindt zich de onoverwinnelijke zon die dit gebied zijn woeste, dorre en ongenaakbare uiterlijk geeft.


Het enige menselijke leven speelt zich af op de schapenboerderijen van de eerste pioniers in Patagonië. De kinderen van de Schotten, de Duitsers, de Welshmen en de Ieren. Zij voelden zich thuis in deze streek, die een afspiegeling was van hun ziel en hun verlaten vaderland. Vrij van religieuze vervolging, landhervorming en de economische crisis die het Europa in de negentiende eeuw teisterde. Vrij van burgerlijke benauwdheid en staatsbemoeienis begonnen zij als gaucho’s van het eerste uur met de handel in schapenvlees en wol. Samen met het toerisme is deze nering nog steeds de belangrijkste manier om in het levensonderhoud te voorzien. Dit is een land van boer en knecht, grootgrondbezitter en kleine krabbelaar, rijk en arm. De keuterboeren zullen na een staking niet meer worden afgeslacht, zoals begin jaren twintig van de vorige eeuw op hacienda Anita gebeurde, maar verder is niet veel veranderd op de grote, afgelegen, zelfvoorzienende boerderijen die her en der verspreid liggen in het droge land. Onzichtbaar voor ons.
Na een paar uur rijden over de eindeloze vlaktes met alleen af en toe een paard, een schaap of een struisvogel als afleiding, zie ik alleen nog maar de grote gele prairie en de wit-blauwe wolkenlucht. Langzaam zak ik weg in dit abstracte schilderij dat eerder doet denken aan de aardse rauwheid van Anselm Kiefer dan aan het verstilde niets van Mark Rothko of de kleurige gelaagdheid van Gerhard Richter. Ik droom over cowboys en hun peons, asado’s en schaapscheerdersfeesten die apocalyptisch uit de hand lopen.
Als we ’s ochtends onze ogen openen na een nacht goed slapen, zien we nog liggend in bed een schitterend panorama. In het stille meer spiegelen de door de zon rood gekleurde bergen. Voor het hoogtepunt van het nationale park Torres del Paine hoeven we de deur niet uit. De ‘torres’ zijn ons uitzicht. De komende dagen zullen we het hele gebied verkennen. We gaan wandelen, paardrijden, zwemmen en barbecuen. De bergen, valleien, meren, rivieren en gletsjers zijn ons huis. Pas over drie nachten zullen we vanuit Punta Arenas, de zuidelijkste stad van Chili naar Santiago vliegen.

Reizen verhoogt het bewustzijn. De vertrouwde omgeving, waarin het functioneren vaak op de automatische piloot of in een roes van stress verloopt, stompt af. Los van de dagelijkse verplichtingen en routines denk ik na over andere zaken en zie, ruik en voel ik meer. Het andere en het nieuwe raakt me aan. Reizen prikkelt de fantasie, dromen en hersenen. Stromen van associaties en herinneringen komen op gang ten gevolge van de vele impulsen die we krijgen. Tijdens het reizen zwerven mijn gedachten alle kanten op. Alsof mijn geest de bewegingen en ruimtelijke verplaatsingen van mijn lichaam imiteert. Ik herinner mij gebeurtenissen die waren toegedekt met een dikke laag stof. In mijn hoofd maak ik vele reizen. Met mijn lijf één. Geen Zen voor mij, maar een wervelwind van herinneringen aan plaatsen waar ik ben geweest en boeken die ik heb gelezen.
Ik herbeleef de riviercruise op de Ayeyarwady rivier in Myanmar, loop weer door de jungle in Suriname en Indonesië, wandel door Hongkong, Shanghai, Dubai, Moskou, Londen en New Delhi, observeer de archeologische opgravingen in Cambodja en Jordanië, treur om de armoede in Kenia, Pakistan en Bagladesh, beklim bergen in Zuid-Afrika en Japan, kijk naar de zonsondergang boven de Grand Canyon en snorkel in Egypte, Bonaire en het Great Barrier Reef in Australië.


Zo loop ik ook al dagen met twee romans van Thomas Mann in mijn hoofd. Plaatsen ver weg van hier en verhalen uit een andere tijd en culturele setting. De sfeer in Buenos Aires en Santiago doen denken aan het Europa van begin vorige eeuw. ‘Dood in Venetië’ is een weemoedig en fataal boek. Benjamin Britten heeft een briljante opera gemaakt op basis van het verhaal waarin een ballet voorkomt dat ik deze dagen niet uit mijn hoofd krijg. Ook ‘De Toverberg’ blijft spoken in mijn gedachten. En daarmee de losjes op het boek gebaseerde film ‘Youth’ van Paolo Sorrentino. De sfeer in het hotel in Torres del Paine, waar zich vier nachten dezelfde groep mensen bevindt en waar ten gevolge van het regime van excursies een strakke discipline heerst, de groene weiden, bergen en valleien, het zijn echo’s van de roman en film.
Vanuit Santiago reizen we naar Valparaíso, een legendarische havenstad aan de kust van Chili. Een stad die regelmatig voorkomt in de romans die ik bij me heb. Is dat een verhoogde oplettendheid? Een volkomen toeval? Of toch een teken uit het ongerijmde? Sinds vorig jaar komt in ieder boek dat ik lees de naam Baudelaire voor. Soms als aanleiding voor een hele roman, maar meestal in een alinea of een enkele zin. Wat daarvan te denken? Ook Valparaíso speelt zo al jaren een rol in mijn leven. Het beeld dat ik van de stad heb is tot in detail gevormd in mijn hoofd zonder dat ik er ooit ben geweest. Dat moet wel tot teleurstellingen leiden. Het duurt een paar uur voordat ik mijn ideaalbeeld heb bijgesteld aan de werkelijkheid en de schoonheid van de plek kan zien. Een vrolijke, levendige, kleurige stad die hoog over de Grote Oceaan uitkijkt. Schilderachtige steegjes, straten met goed onderhouden historische panden, drukke havenactiviteiten en veel toeristen. De werkelijkheid net iets minder romantisch dan de verbeelding.

Dit land is vijfeneenhalf duizend kilometer lang. Dat is te vergelijken met de afstand van het warme, droge en Moorse Zuid-Spanje tot het koude, pragmatische en democratische Noord-Scandinavië. In Europa wonen ontelbare groepen mensen die zichzelf definiëren als behorend tot een bijzondere regio met een eigen geschiedenis, verhalen, gebruiken, tradities en vooral karakter. In Spanje, Zuid-Duitsland, het Verenigd Koninkrijk zijn serieuze afscheidingsbewegingen actief die erkenning verlangen en eisen van dit specifieke karakter.
In Chili daarentegen zijn de bewoners er trots op dat de bevolking van dit uitgestrekte land een herkenbare eenheid vormt. Todos por Chile is een kreet die overal, langs wegen, in kleine dorpen en grote steden op reclameborden langs de weg te lezen is. In het onherbergzame en ontoegankelijke Patagonië en Vuurland, in het levendige en ontspannen Santiago, in de heuvels van het rijke wijngebied en in de hete en droge Noordelijke woestijn van Atacama, overal zijn de Chilenen trots op hun land.


Deze trots heeft een ambivalente oorsprong. Nadat de Spaanse veroveraars het land in bezit namen, zijn de oorspronkelijke bevolkingsgroepen, een grote diversiteit aan kleine Indianenstammen, deels opzettelijk en agressief vermoord en deels ten gevolge van nieuwe Europese infectiesziektes eenvoudig van de aardbodem verdwenen. Hier en daar leven nog Indianen, maar van hun cultuur is bijna niets meer over. De trots op Chili is een spiegel van het collectieve schuldgevoel over deze achteraf bezien wrede en zinloze genocide. Een ‘dat-nooit-meer’ geboren uit schaamte.
In de documentaire El botón de nácar laat de Chileense regisseur Patricio Gúzman het water dat Chili omringt in de vorm van gletsjers en zee het verhaal van deze geschiedenis vertellen. Het water geeft een stem aan de water-indianen, de oorspronkelijke bewoners van Patagonië, van wie bijna niemand meer in leven is.

Paardrijden is in Latijns-Amerika de nationale sport. Deze zin klopt uiteraard slechts ten dele, want dit continent staat vooral bekend om zijn primordiale liefde voor het voetbal die niet zelden zelfs gepaard gaat met moord en doodslag. Maar nog nauwer verbonden met de geschiedenis en de volksaard is de paardensport. De bewoners van Zuid-Amerika zien paardrijden niet als een sport of aangenaam tijdverdrijf. Het berijden van een paard was nodig om te overleven. Het bezit een paard een eerste levensvoorwaarde. In die zin is paardenbezit hier te vergelijken met wapenbezit in Noord-Amerika. Wie ben ik zonder mijn paard? Zonder mijn wapen? Overgeleverd aan de grillen van de vijand, mijn buren, de staat en de natuur. Paardrijden staat voor niets minder dan vrijheid en vrij zijn. De gaucho is de verpersoonlijking van deze vrijheid. Alleen zo kan hij zorgen voor zichzelf en zijn gezin.
When in Rome, do as the Romans do. Wanneer we de kans krijgen en dat is vaak op reis in Latijns-Amerika, gaan we te paard. Veel woorden maken onze begeleiders nergens vuil aan een introductieprogramma. De paarden zijn getraind om rustig te stappen, te draven en te galopperen met onervaren toeristen op hun rug. Zo doen wij de meest intense ervaringen op. Dwars door rivieren en open pampa’s, hoog over smalle paden langs angstwekkend diepe canyons, over beboste heuvels en door perfect verzorgde wijngaarden. De paarden maken op geen enkel moment de indruk beïnvloed te worden door de ongeëvenaarde schoonheid van de landschappen waar ze doorheen lopen.


Bij ons ligt dat wat anders. Zittend op een Chileens zadel met daaronder een schapenvacht die zich rechtstreeks op het warme paardenlichaam bevindt, weten wij niet veel beters te doen dan stil om ons heen te kijken en het ontzagwekkende panorama op ons in te laten werken. Op een paard verdwijnt geen energie naar actief lopende benen en ogen die moeten opletten waar de voeten gaan staan. Op een paard is het leven een fantasie, ben ik hoofdrolspeler in mijn eigen Arendsoog en Witte Veder, Old Shatterhand en Winnetou.

Na een drie uur durende tocht vanuit Santiago, die ons tenslotte over een kiezelpad en langs lieflijke dorpjes door het heuvelachtige land bracht, wachtte ons een adembenemende ontdekking. Omdat het wat later in de middag en warm was, leek ons uitzicht even een fata morgana, een fantastische luchtspiegeling, een sprookjesachtige wolk aan de hemel, maar wat wij zagen was wel degelijk ons onderkomen voor de komende paar dagen.
Niets had ons voorbereid op deze buitenaardse verschijning. Nergens een aankondiging of een bord. Na een bocht doemde in de verte een titaniumkleurig gelaagd ruimteschip op. Bovenop een heuvel temidden van vele hectares wijnranken, leek het daar tijdelijk te zijn neergedaald om zich te bevoorraden met de beroemde rode Chileense VIK-wijnen.


Inmiddels weten wij beter. We zitten aan het eindeloze zwembad (dat betekent in dit geval zonder rand, zodat het lijkt te zweven boven de wijnvelden en het water rechtstreeks de heuvels lijkt in de lopen) en zijn nog net niet gewend aan de exorbitante luxe in dit recent geopende hotel dat vol hangt en staat met hedendaagse kunst en design. Wat is dit? Een anomalie? Een gekte? Goed ondernemerschap? Of alles tegelijk? In ieder geval is dit project een kind van een eigengereid en succesvol persoon met een wil, talent, doorzettingsvermogen en de middelen om ideeën tot realiteit te brengen. Deze persoon is Alexander Vik, een Noorse zakenman die rijk is geboren en nog rijker geworden tijdens het internettijdperk. Hij moest natuurlijk iets met al dat geld en besloot om te beginnen drie hyper luxe vakantieresorts te bouwen in Uruguay en daarna om de beste wijn van Zuid-Amerika te gaan maken. In Uruguay en Argentinië vond Alexander Vik geen lokatie die aan zijn megalomane ambitie kon voldoen, maar in een vallei op een paar uur rijden van Santiago de Chile, bleken de weers-en bodemomstandigheden ideaal te zijn. Middenin dat gebied bevindt zich het laboratorium van deze bizarre onderneming. Hip geklede, soepel bewegende en perfect Engels sprekende young professionals bestieren het. Na de start in 2005 werden in 2009 de eerste wijnen gebotteld. Wij krijgen een rondleiding en wanen ons in een James Bond-film op de lokatie waar de vijanden van de beschaafde wereld hun geheime plannen smeden om de macht over te nemen. De zon brandt op de droge aarde. Vorig jaar wonnen de VIK-wijnen de tweede prijs voor de beste wijn van Chili. Wij kunnen niet anders dan het daarmee eens zijn.

De Andes is 7000 kilometer lang en strekt zich uit van Venezuela in het Noorden tot aan Vuurland in het zuiden van het Zuid-Amerikaanse continent. Een groot deel van deze 7000 kilometer lange cordillera, zo’n 5.500 kilometer, is de oostelijke grens van Chili. De westelijke grens is de Grote Oceaan. Het Zuiden is het einde van de wereld. Daar begint Antarctica en in het Noorden heersen de woestijnen van de Andes. Zo bekeken is Chili een eiland, gelegen tussen onverwoestbare natuurverschijnselen.
Het hoogste punt van de Atacamawoestijn in het noorden van Chili bevindt zich op 4300 meter. Atacama is namelijk niet alleen een woestijn, maar ook een hoogvlakte. Ons resort bevindt zich op 2300 meter. Vanaf dit niveau kan hoogteziekte zich gaan manifesteren. Degenen die daar last van hebben krijgen hoofdpijn, worden kortademig en ervaren een gevoel van desoriëntatie. Ik werd ziek toen ik jaren geleden in de Rocky Mountains in de Verenigde Staten was. Totaal onvoorbereid zou ik daar gaan skiën toen een heftige pijn in mijn hoofd verdere actie onmogelijk maakte. Twee aspirientjes en vijf glazen water verder was ik weer helemaal het mannetje, maar de kracht waarmee de pijn zich voordeed, ben ik nooit meer vergeten. Geheel voorbereid verschijnen we dit keer dus aan de start. We gaan nog niet zo ver dat we preventief plaspillen slikken, zoals veel Amerikanen die we tegenkomen, maar we doen het wel rustig aan, drinken liters water en Mate de Coca (cocathee) en zorgen ervoor dat we langzaam stijgen.


Na een dag acclimatiseren rijden wij vroeg in de ochtend in een 4-wheel drive de hoogvlakte in waar zich de Tatio-geisers bevinden. In februari valt het hier ’s nachts wel mee met de kou, maar een dikke jas kan geen kwaad. Zeker niet omdat het behoorlijk kan waaien. We bewaren een veilige afstand tot de geisers. Een aantal maanden geleden is een 68-jarige Belgische arts tijdens het fotograferen in een geiser gevallen en daarbij levend verbrand. Genoeg gruwel om geen enkel risico te willen nemen. We rijden nog wat verder en worden getrakteerd op schitterende vergezichten met fantasie prikkelende wolkenluchten, ruige vegetatie, een bodem die is bedekt met indrukwekkende rotsblokken en besneewde vulkanen. Overal lopen onbekommerd vicuna’s rond, familie van de guanaco’s die we eerder in Patagonië zagen. De wol van vicuna’s is zeldzaam en de duurste ter wereld. De guanaco’s en de vicuna’s zijn twee wilde kleine kameelsoorten. De niet wilde varianten zijn de lama en de alpaca.
Op dit hoge plateau en in de woestijn is het stil. De enige geluiden die we horen zijn het kraken van de zoutkristallen, het fluiten van vogels, het schreeuwen van vechtende vicuna’s en het glijden van modder en steentjes. De natuur heeft hier alle tijd. Het landschap is in miljoenen jaren gevormd. We ontmoeten een bewoner van San Pedro de Atacama. Hij bestudeert al tien jaar de geofysische ontwikkeling van dit gebied en vertelt ons over het ontstaan van de laagvlaktes en de bergketens, over tectonische aardverschuivingen en vulkaanuitbarstingen. Wij luisteren met ontzag en kijken vooral hoe de zon de bergen van kleur doet verschieten.

Voor een verwende westerse bezoeker is het lastig zich voor te stellen hoe het dagelijkse leven is op de droogste plek op aarde. De levensomstandigheden in Atacama zijn zwaar. In de winter en ’s nachts kan het vooral op grote hoogte koud worden en in de zomer is het zo droog dat bij iedere windvlaag rode stofwolken door de straten waaien. Aan het einde van de dag zit het gruis in de oren en tussen je tanden. Alles is bedekt met een dun laagje. Een mens is niet gemaakt om te leven in deze droogte, maar toch bevinden zich al eeuwenlang bescheiden gemeenschappen in de oases. En zelfs op de hoogvlakte staan verdwaalde boerderijen en eenzame gehuchten. Door de omstandigheden geharde individuen brengen hun dagen door met het verzorgen van hun kleine kudde.
De huizen zijn gebouwd met stenen, klei en stro dat alleen boven de 3800 meter voorkomt en zo sterk is dat het regenbuien kan tegenhouden. Ook de muurtjes tussen de huizen en boerderijen en om de koralen en gemeenschappen zijn gemaakt van dit stro en de ter plekke beschikbare aarde en kleine rotsblokken en gesteenten. Wij rijden over de hoge plateaus en moeten soms met onze ogen knipperen om zeker te weten dat we net een woning zijn gepasseerd. De bebouwing vervloeit met de natuurlijke omgeving, versmelt met de kleur van de droge rode aarde.
Als een lelijke vloek staat temidden van dit gebied de grootste kopermijn van Chili, bron van rijkdom en ellende. De dreigende nationalisatie van de mijn was aan het begin van de jaren zeventig de aanleiding voor de Amerikaanse steun aan de tegenstanders van Allende. Een keuze die het land in een jarenlange politieke crisis heeft gestort. 

De Chuquicamatamijn heeft vele arbeiders al rond hun veertigste de dood ingejaagd. De werkomstandigheden waren en zijn volgens sommigen nog steeds slecht. Recent is, een aantal kilometers van de mijn verwijderd, een nieuwe stad gebouwd. Voor een nieuwe generatie mijnwerkers. De huizen van Calama zijn in lieve pasteltinten geschilderd, maar achter deze facade telt vooral de macht van het geld.

Aan het verkeer in Lima is te zien dat het Peru momenteel goed gaat. Mede dankzij grootschalige en ambitieuze Chinese investeringen heeft de economie de wind in de zeilen. Het inkomen per hoofd van de bevolking is dusdanig gestegen dat veel gezinnen zich een luxe auto kunnen veroorloven. Mijn reisgenoot, die op dergelijke wereldse zaken aanzienlijk meer kijk heeft dan ik, signaleert de ene na de andere Mercedes, Audi en SUV’s van diverse makelijk.
Deze symbolen van trots en rijkdom delen de straat met talloze kleine en grote bussen en, naar verluid, 117.000 legale taxi’s. In de jaren tachtig hebben Japanse autofabrikanten het autobezit in dit deel van de wereld actief gestimuleerd met lage prijzen en lange leningstermijnen. Een praktische en beproefde manier om geld te verdienen zodat de op de pof gekochte auto kon worden afbetaald, was om taxichauffeur te worden. Mede ten gevolge hiervan is het centrum van Lima nu een oorverdovende heksenketel. Op sommige momenten van de dag is van doorstroming nauwelijks sprake. Chauffeurs houden zich met mate aan de verkeersregels en proberen zich koste wat het kost een weg te banen door de op het oog ondoordringbare kluwe van voertuigen. De meest gehanteerde methode om de aandacht van andere weggebruikers te krijgen, is aanhoudend de hand op de claxon houden en/of de auto zonder mankeren dwars op de weg zetten. Het is een wonder dat we geen getuige of slachtoffer zijn van ongelukken.


Op verkeerspleinen zijn her en der politieagenten gepositioneerd. Hun aantal is sinds enige jaren drastisch gedecimeerd. Ten gevolge van de op grote schaal aanwezige en onuitroeibare corruptie, heeft de gemeente Lima de verkeersagenten vervangen door elektronische regulatiesystemen. Denk aan stoplichten. Desondanks staan, op diverse plekken op de grond en in kleine verkeerstorens, agenten die schijnbaar onverstoorbaar en volkomen onnavolgbaar het verkeer trachten te regelen. Dat komt erop neer dat zij op hun fluitje blazen en met hun handen wapperen, terwijl niemand zich daar iets van aantrekt.

De kredietverzekeraar Arcadis heeft recent onderzocht welke opkomende landen de in vertraging geraakte BRIC-economieën zullen vervangen als nieuwe beloftes. Welk land is het nieuwe Brazilië, Rusland, India of China? Van de zeven geïdentificeerde opvolgers zijn er twee afkomstig uit Latijns-Amerika. Dat zijn Peru en Columbia.
Hoewel Peru te lijden heeft van de lagere groei in China, behoort het land tot de winnaars van de internationale concurrentiestrijd. In Lima is aan alles te zien dat het land in de lift zit. In de hippe wijk Barranco waar wij logeren, zijn de afgelopen jaren hypermoderne lofts en appartementen gebouwd met uitzicht over de Grote Oceaan. In het chique en ingetogen San Isidro zijn de vrijstaande villa’s, in tuttige Tudor of neo-koloniale stijl, in perfecte staat van onderhoud. En in het aangename zakendistrict vestigen zich steeds meer nieuwe rijken en bedrijven.
Ons hotel is één blok verwijderd van de oceaan. Hier verzamelen zich niet alleen toeristen, maar ook levensgenieters uit de hele stad. Zij komen voor de levendige bar, een elegante high tea of een goed diner. De eigenaar van het pand is een kunstliefhebber. Zijn collectie hangt en staat deels in het hotel. De hedendaagse Peruviaanse schilderijen, tekeningen, foto’s, installaties en beelden, combineren perfect met de Inca en pre-Inca kunst. Op de net geboende, donkere, oude houten planken liggen Perzische tapijten en kokosmatten. De trap, het gebouw is een monument en een lift is verboden, is van wit marmer en in de bibliotheek en op het terras liggen glanzende, steenkleurige Spaanse tegels. Hotel B past in elk high end interior design magazine ter wereld.


Barranco betekent Klif. Nog niet zo lang geleden eindigde de tientallen metershoge klif die de wijk scheidt van de zee, rechtstreeks in de oceaan. De snelle vooruitgang heeft Lima de benodigde middelen verschaft om onderaan de klif snelle autowegen en een aantrekkelijke strandboulevard aan te leggen. Hoewel de Peruanen bevreesd zijn voor de gevolgen van El Nino, die ze regelmatig ervaren wanneer metershoge golven de kust bedreigen, kiezen ze voor het spel en de ontspanning boven de angst.

De top-50 van beste Latijns-Amerikaanse restaurants symboliseert de opkomst van het continent. De enige die dat nog niet heeft begrepen is de Franse minister van Buitenlandse Zaken. In reactie op de wereldwijd commercieel succesvolle restaurantlijst van San Pellegrino, hebben de Fransen vorig jaar het initiatief genomen voor een eigen rangorde, niet zonder spreekwoordelijke arrogantie La Liste genoemd.
Op deze ethnocentrische lijst ontbreken Zuid-Amerikaanse restaurants. En dat terwijl de keuken, onder aanvoering van de Peruaanse chef Gastón Acurio, de laatste jaren tot de absolute top is gaan behoren. Als rechtgeaarde foodies gaan wij in Buenos Aires dan ook dineren bij Tegui (nummer 7 in Latijns-Amerika) en in Lima bij Central (nummer 1) en Astrid y Gastón (nummer 3). Kernbegrippen van de keuken zijn innovatie, ambachtelijkheid, lokale produkten en gezondheid.


Qua vernieuwingsdrift kan Central (dat wereldwijd nummer 4 staat) zich meten met Noma, het sterrenrestaurant in Kopenhagen dat al jaren in de top 3 van beste restaurants ter wereld staat. Het twee verdiepingen tellende pand is ook een laboratorium. De chef experimenteert met kruiden, nieuwe bereidingswijzen en exotische combinaties van ingrediënten. Niet alles is even lekker, maar dat is van ondergeschikt belang. Net als zijn Deense collega is Virgilio Martinez compromisloos en radicaal. Dat uit zich ook in de presentatie van de gerechten. De jonge obers zetten van alles op tafel: Gladde stenen, rotsachtige objecten, scherven van borden, houten doosjes en oude blikjes. Hierop en hierin bevinden zich de gerechten. Stuk voor stuk abstracte schilderijtjes. Deze vorm van koken is niet expressionistisch, niet figuratief, maar strak en conceptueel. Het achttien-gangen menu is gebaseerd en geïnspireerd op de hoogtverschillen van het land. Grofweg zijn er drie smaken te onderscheiden, die van de zee, Amazone-jungle en het Andes-gebergte. Bij ieder gerecht staat exact vermeld van welke hoogte de ingrediënten afkomstig zijn. Dit is geen koken. Dit is kunst, wetenschap, filosofie en politiek. Hier wordt een statement gemaakt. Dit is trots op heden en verleden. Latijns-Amerika doet mee met de top van de wereld. We zijn geen kolonie meer van Spanje, maar gaan terug naar ons eigen erfgoed, onze eigen gewoonten en gebruiken. We onderzoeken onze Inca-geschiedenis en gebruiken die om de moderne Peruaanse keuken vorm te geven.
Astrid y Gastón heeft meer oog voor het primaire welzijn van de klanten. Hier is het eten vooral lekker. Het restaurant staat in de wijk San Isidro en is gevestigd in een perfect gerestaureerd en uitgekiend uitgelicht palacio. Hier wordt een gerecht pas op de kale, stoere houten tafels gezet als het uitontwikkeld is. Ook hier heeft een getalenteerde tovenaar en kunstenaar leiding. Gastón heeft de ceviche internationaal op de kaart gezet. Ceviche is een rauwe visschotel. De vis is gemarineerd in citroen, limoen en chili en kan in alle mogelijke combinaties worden klaargemaakt. Gastón is een bekende Peruaan. Hij promoot niet alleen ceviche, maar de hele Peruaanse keuken. Hij is naast kok, succesvol horecaondernemer, heeft een eigen televisieprogramma, levert bijdragen aan tijdschriften, initieert sociale projecten waarbij kansarme jongeren zich in het horecavak kunnen bekwamen en is de onbetwiste koning van de Peruaanse keuken. Dankzij zijn ambassadeursrol bezoeken culinaire snobs uit de hele wereld Peru om zelf te ervaren hoe de gerechten smaken en te zien hoe de restaurants zijn ingericht. Wij zijn geen uitzondering, maar onderdeel van deze verwende kosmopolitische generatie die de San Pellegrino ranking als reisgids gebruikt. We genieten er met volle teugen van.

Na een dag reizen is het goed toeven in een spa. Vooral als die onderdeel is van één van de beste hotels van Peru. Onze reis duurt zeven weken en gedurende die tijd maken we twintig vluchten en zitten we nog veel vaker in taxi’s en busjes. Reizen gaat gepaard met lang wachten, onvoorziene vertragingen, niet altijd even hygiënische omstandigheden en confrontaties met geluiden, geuren en aanwezigheid van andere mensen. Kortom, een goede spa op z’n tijd kan wonderen doen voor het herstel en welzijn van de door en door verdorven westerse reizigers die wij zijn.
Na niet zo’n lange reisdag, maar wel één waarbij we vroeg opstonden na een laat diner, we twee keer vertraging opliepen en anderhalf uur in een rammelend busje over hobbelige wegen reden, bereiken we Rio Sagrada, een voormalig Oriënt Express hotel aan de Urubamba-rivier in de Heilige Vallei. Pas morgen zullen we de (pre) Inca archeologische opgravingen bezoeken. Dus we hebben een middag vrij, geen straf in dit aardse paradijs, deze spiegelbeeldige Toverberg en zomerse vallei. Hier geen sneeuw, maar wel het onafwendbare en verslavende dagritme dat de vermoeide reiziger al na een paar uur in slaap sust. Gasten zijn hier halve patiënten. Ze acclimatiseren in dit oord alvorens ze het hoger gelegen Machu Picchu of Cuzco bezoeken. Iedereen wordt gemaand veel water en weinig alcohol te drinken. En vooral heel langzaam te bewegen. Deze routine past mij goed. De hoge UV-straling van de afgelopen dagen begint zijn tol te eisen en overal op mijn lichaam verschijnen kleine rode bultjes. Mijn reisgenoot geniet van een lange welkomstmassage, terwijl ik wegdommel in een, op een hoog terras gelegen, bubbelbad met uitzicht op de weelderig groene bergen, de strak geschoren gazons waarop alpaca’s grazen, de met bomen omzoomde, snel stromende modderige rivier en de romantische bloementuin.

De trein naar Machu Picchu vertrekt achter ons hotel. Het is de legendarische Hiram Bingham express, vernoemd naar de Engelsman die in 1911 de eerste zou zijn geweest die na het uiteenvallen van het Inca rijk, deze raadselachtige plaats heeft gezien. De trein bestaat uit drie coupés, één voor de gasten, één voor de bar en één die dienst doet als observatiedeck. De art nouveau inrichting is te vergelijken met die van een luxe cruiseschip. Hoogglans gelakt mahoniehout, strak geboend koperwerk en zacht verende tapijten. Wij delen het passagiersrijtuig met een bont gekleurd internationaal gezelschap.
We vertrekken om een uur of tien in de ochtend en rijden langs de rivier in de richting van Ollantaytambo, een belangrijke Inca stad. Onderweg passeren we kleine nederzettingen, keurige boerderijen en mistige bergmassieven. Ondertussen begint de stemming erin te komen. Een aantal reizigers maakt van de gelegenheid gebruik om onbeperkt champagne, wijn, bier en pisco sour te drinken. Onder de stimulerende klanken van een Peruaans trio beginnen we zelfs te dansen. De situatie wordt nog vreemder en kolonialer als wij een drie-gangen menu opgediend krijgen. Smetteloos witte, damasten tafellakens, zwaar zilveren bestek, Villeroy & Boch porselein. We laten ons de tournedos en cheesecake goed smaken. Op het perron in Ollantaytambo staat een aantal backpackers ons hoofdschuddend uit te lachen.


Na de korte stop in wordt de bebouwing minder en het landschap ruiger. Zachtjes glijdt de trein door het groen. We passeren de start van de Inca trail, het beroemde wandelpad naar Machu Picchu, dat onderdeel was van het vele duizenden kilometers tellende Inca netwerk van wandelwegen. We rijden tunnels in en bekijken met ontzag de hoge rotsen die ons omringen. Naarmate we dichterbij Machu Picchu komen wordt de begroeiing steeds dichter. Aan beide kanten van de trein rukt de vegetatie op. Het is alsof we door een jungle rijden. De machinist matigt snelheid. Zo boemelen we langzaam langs metershoge watervallen en Inca landbouwterrassen. In het voetspoor van Bill Gates, Leonardo de Caprio en Werner Herzog komen wij goed verzorgd en geheel en al uitgerust aan bij de volgende halte, Machu Picchu.
Twee dagen brengen we door op deze mysterieuze door zijn bewoners plotseling verlaten plek. Hier brachten de rijken en wijzen van het Inca-rijk hun vrije tijd door. We weten dat deze plaats zwanger is van betekenissen, maar staan in het zicht van al dit prachtigs vooral voor raadsels. We vergeten alle vragen naar het waarom en dwalen rond tussen de overblijfselen van wat eens een machtig rijk was. We fantaseren het verleden en ervaren de magische kracht van de geschiedenis. We zullen Machu Picchu nooit meer vergeten.

Een Pisco Sour bestaat uit drie delen Pisco, één deel citroensap, één deel suikersiroop en een eetlepel eiwit. De bartender van ons hotel in Machu Picchu shaket de ingrediënten zonder ijs in een stalen beker waarin hij een omgekeerd glas heeft vastgeklemd. Daarna herhaalt hij dit met ijs en vervolgens schenkt hij het mengsel door een zeefje in een glas dat van boven wat breder is dan aan de onderkant. Het maken van Pisco Sour is een kunst en over de oorsprong van deze drank bestaat enig verschil van inzicht. Het antwoord op de vraag naar de geestelijke vader en bron van Pisco Sour houdt de gemoederen in Zuid-Amerika bezig en leidt regelmatig tot felle conflicten tussen met name Peruanen en Chilenen. De landen, die de oceaan en de Andes delen, zijn niet direct elkaars beste vrienden. De inwoners van Peru beschouwen Chili als een jonge natie waarvan de inwoners zich de verworvenheden van een oude cultuur onrechtmatig proberen toe te eigenen.


Peruvianen baseren hun gemeenschappelijke identiteit vooral op de pre-Inca en Inca periode. Drie eeuwen Spaanse overheersing, die een onuitwisbare en kenmerkende stempel hebben gedrukt op het land en waarvan de effecten en overblijfselen overal merkbaar en zichtbaar zijn, worden gezien als een fase van onderdrukking waaruit Peru sinds 1821 is bevrijd. Een reiziger die geniet van de vele rijk versierde Spaanse, katholieke kerken en kloosters die een stad als Cuzco rijk is en die constateert dat deze godshuizen bovendien vol zitten met Spaans sprekende gelovigen, raakt enigszins verward door de verheerlijking van de pre-koloniale periode. Het is alsof de Peruanen daarmee een belangrijk deel van zichzelf ontkennen.
Een man als de schrijver Mario Vargas Llosa, Nobelprijswinnaar, kenner van het Latijns-Amerikaanse continent en voormalig Presidentskandidaat, heeft tevergeefs geprobeerd deze beweging en hang naar het verleden te keren. Hij verzette zich tegen de in zijn ogen niet rationele benadering van de geschiedenis. Inmiddels heeft hij Peru verlaten. Waar hij vroeger bij voorkeur woonde in zijn geliefde Miraflores, een welvarende wijk aan de Grote Oceaan in Lima, is hij tegenwoordig een inwoner van Spanje. Hij heeft zelfs de Spaanse nationaliteit aangenomen en daarmee de Peruaanse verloren. In de ogen van de bevolking is hij niet minder dan een verrader.

Net als het Inca verleden, met als onwerkelijk hoogtepunt Machu Picchu en net als de Andes, bepaalt de rijkdom die het tropisch regenwoud voortbrengt de gemeenschappelijke identiteit van de Peruanen. Aan boord van het bizarre schip dat tijdelijk onze verblijfplaats is, krijgen we drie keer per dag de vruchten van de jungle gepresenteerd. We eten bananen, papaya’s, camu camu, snake fruit, aguaje (mauritiuspalm) en kokos in de vorm van vers fruit, sappen, ijs en puree. Waren het in Lima vooral ceviche en aardappelen die het menu bepaalden en overheerste in Cuzco maïs in diverse vormen en maten, hier is het de banaan die een prominente plaats op ons bord opeist.

In een klein bootje verkennen we, in het gezelschap van vier Amerikaanse ornithologen, een stuurman en een gids, de bron van de Amazone. We varen in natuurreservaat Pacaya Samiria dat ongeveer zo groot is als België. Het gebied is beschermd omdat het de spuigaten uit begon te lopen met de jacht op en de stroop van wilde dieren als de tapir, kaaiman, jaguar en zeekoe. De beesten zijn geliefd vanwege hun vlees, hun vacht en andere onderdelen die medicinale of lustverhogende werking zouden hebben. Schuldbewust lees ik dat liefhebbers van dure tassen in westerse landen mede debet zijn aan deze lugubere moordpartijen. Inmiddels wordt niet alleen de fauna, maar ook de flora bedreigd. Verschillende soorten tropisch hardhout zijn gewilde roofobjecten. Het hout levert veel geld op in de internationale handel.
Zonder tropenhoed, verrekijker en vogelboek en in het bezit van slechts een bescheiden fotocamera, steken wij mager af bij de in vol ornaat gestoken avonturiers bij ons in de boot. Desondanks blijkt er meer dan genoeg te beleven. Aan beide kanten van de rivier is het vooral groen. Van heel licht tot bijna zwart. In deze jungle leven vogels en zoogdieren. De vogels lijken op papegaaien, reigers, ooievaars, mussen en meesjes. Ze zijn alleen oneindig veel kleuriger en dragen subtiele pasteltinten of felle primaire kleuren als geel, blauw, groen of rood. De ornithologen zijn dolenthousiast, maken druk aantekeningen in hun boekjes en fotograferen dat het een lieve lust is.


Gelukkig is het soms ook stil aan boord. Dan kunnen we luisteren naar de geluiden die het tropisch regenwoud zelf voortbrengt. Het kabbelen van het water, schreeuwen van de apen, tsjilpen van de krekels en fluiten van de vogels. Dit is de aarde. We zijn zo gewend aan drukte en lawaai om ons heen dat we deze rust als onwerkelijk ervaren. De skif glijdt door een tapijt van waterhyacinten. Het oppervlakte van de rivier is volledig met bloembladeren bedekt. Verborgen onder een boomtak zien we een kleine kaaiman, vlak daarboven, zich verschuilend onder vegetatie, een leguaan. Apen springen hoog in de lucht van boom naar boom.
We varen terug naar de rivierboot waar we een paar dagen verblijven en voor onze ogen duiken roze en grijze dolfijnen op. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel en de begroeiing langs de kant van de rivier verdubbelt in het water als in een getruukte foto of droomlandschap. Ik waan mij Alice in Wonderland. In de verte, aan de overkant van een gigantisch meer, doemt onze boothotel op. Even moet ik denken aan Lapland waar, tussen het dichtbevroren meer en de fel blauwe lucht, slechts een smalle strook horizon te zien was, toen wij met onze sneeuwscooters de ijsvlakte onveilig maakten. Hier is het water bruin en de hemel zacht blauw. De smalle strook horizon is vooral groen.
In datzelfde groen maken wij de volgende dag een wandeling. Met rubberen kaplaarzen en t-shirts met lange mouwen om te voorkomen dat enge beestjes ons belagen. De voorzorgsmaatregelen werken slechts gedeeltelijk. De muggen zijn overal. We zien verrassend veel dieren waaronder een luiaard, een tarantula en een reuzenanaconda. De luchtvochtigheid is zeer hoog. Binnen de kortste keren zijn we doorweekt.

Hoewel Peru de laatste jaren, geholpen door Chinese investeringen, een snelle economische groei doormaakt, betekent dat nog niet dat alle problemen zijn opgelost. Individuele rijkdom gaat hier gepaard met collectieve armoede. In de buitenwijken van Cuzco ligt om de zoveel meter een grote vuilnishoop waarin talrijke straathonden uitvoerig naar overblijfselen van voedsel aan het zoeken zijn. Veel wegen zijn onverhard en huizen lijken zonder enig bouwvoorschrift te zijn neergezet. In alle plaatsen die we bezoeken staan lange rijen ambtenaren en pensioengerechtigden voor de bank om hun salaris of pensioen op te halen.
We varen door de wijk Belén, een arm deel van Iquitos. Belén is gebouwd op het water. Hier wonen ongeveer 65.000 mensen onder veelal slechte omstandigheden. Er is in de woningen meestal geen schoon water, elektriciteit of riolering beschikbaar. Door de slechte hygiënische omstandigheden heersen er diverse ziektes. Vanaf het water ziet Belén er pittoresk en romantisch uit. Schijn bedriegt.


Iquitos zelf is een stad in het regenwoud. Het schijnt de enige grote stad in de wereld te zijn die niet per weg bereikbaar is. Reizigers moeten vliegen of varen om Iquitos te bereiken. In de stad zien we dan ook nauwelijks auto’s. Wel rijden overal riksja’s waardoor het net lijkt of we ons in Azië bevinden. Iquitos heeft zijn welvaart historisch te danken aan de rubberindustrie. Vandaag de dag is het vooral tropisch hardhout dat wordt verhandeld. Iquitos is een belangrijk vertrekpunt voor tochten over de Amazone.
Op het platteland is de armoede overal aanwezig. In woningen die niet meer zijn dan krotten van hout, golfplaten en palmbladeren wonen hele gezinnen die de eindjes aan elkaar proberen te knopen met wat vee en een klein handeltje. Het is de vraag wat de uitslag van de komende Presidentsverkiezingen zullen betekenen voor de levensomstandigheden in deze dorpen. Politici van links tot rechts lijken ervoor te kiezen om de plattelandsgemeenschappen te steunen. De linkse regering stimuleert lager onderwijs. In de gehuchten in het Amazonegebied waar wij rondreizen, komt een leraar uit Iquitos die drie weken op, één week af alle kinderen van een dorp in één klas les geeft. Bovendien is op veel plekken schoon water beschikbaar gekomen. De inkomens van de armsten in Peru zijn de afgelopen jaren sneller gestegen dan de gemiddelde inkomens.
Het ontwikkelingsniveau van de gemeenschappen die wij bezoeken bevindt zich ergens tussen de inheemse en de moderne beschaving in. Nog steeds is de belangrijkste vorm van gezondheidszorg de sjamaan, een priester-tovenaar die al eeuwen als medicijnman functioneert. Met zijn kennis van kruiden en planten voorkomt en geneest hij ziektes. In dit deel van de wereld is de kindersterfte nog steeds hoog, ondanks sterke verbetering van het peil van de reguliere zorg. Oude zeden en gewoontes en de ontoegankelijkheid van het gebied belemmeren de introductie van daadwerkelijk adequate gezondheidszorg. Animisme is de spirituele inspiratiebron. De bewoners geloven dat de rivier, bepaalde vogels en bomen, geesten zijn. Wandelend door de jungle en varend in het Amazone gebied komen legenden tot leven.

Vanochtend vertrokken we om 6.30 uur op expeditie. De zon is al voelbaar en het belooft een heldere dag te worden. Het is 1 maart. We zijn inmiddels een volle maand onderweg en aan de bron van de Amazone is het regentijd. Het water in de rivieren is flink gestegen. Eind april zal de hoogste stand worden bereikt en dat zal zeker twee meter hoger zijn dan vandaag. Voor de bewoners van de huizen aan de oevers van de rivier betekent deze stijging dat ze zich terug zullen moeten trekken op de tweede verdieping van hun woningen. Het is niet voorspelbaar hoe hoog de waterstand precies zal worden. Ieder jaar pakt anders uit en de dorpelingen die wij spreken gaan gelaten om met deze onzekerheid. Zij leven van de jungle en de rivier en bewegen mee met het wassen van het water.
Vogels kijken is een besmettelijke en verslavende bezigheid. Het is ons precies één dag gelukt om afstand te houden van de bezetenheid die wij observeerden. Vandaag gaan ook wij gewapend met een vogelboekje op pad. De vogeldiversiteit in dit deel van Latijns-Amerika is immens. Het is alsof we rondvaren in een vogelkooi ter grootte van een klein land. We zien moerasbuizerds, zwart gekroonde kwaks, roodkeelcaraca’s, geelkopcaraca’s, zwarte gieren, groene ibissen, bosooievaars, cayennebosrallen, zwart-en blauwkoppige papegaaien, blauw-gele macaus, de amazoneijsvogel en ontelbare andere vreemde vogelsoorten. Vandaag gaan we niet alleen op zoek naar vogels, maar ook naar slangen en dan met name de anaconda. Die leeft in moerasachtige gebieden en houdt zich het liefst schuil in watervegetatie. We vinden hem niet, maar zien wel hoog in de bomen een luiaard in zijn geliefde slaaphouding liggen.


Deze reis heeft inmiddels verschillende thema’s, rode draden en herinneringstekens. We voegen vandaag een onderwerp toe aan het thema ‘zwemmen in vreemde wateren.’ De zee bij het strand van Ipanema in Rio, het stille en lege hotelzwembad in Buenos Aires, het nachtblauwe meer naast het Explora Hotel Salto Chico in Patagonië met uitzicht op de witte bergen, het bizarre zwembad in het VIK-wijnresort dat hoog over de wijngaarden uitkeek, de zoute meertjes in de Atacama woestijn, het zwembad in de romantische tuin van ons hotel in de Heilige Vallei en dan nu de Amazone. Het water is warm en glijdt als zachte babyolie over je lichaam. De kleur is helder lichtbruin en de geur is zwanger van de omringende begroeiing. Ik zwem weg van de boot en waan me even helemaal alleen in deze wildernis. In een kayak roei ik terug over het meer naar onze picknickplaats. De vergezichten doen denken aan schilderijen van Jacob van Ruisdael, vaderlandse waterlandschappen in de zeventiende eeuw. Toen Nederland nog net zo ongerept was als de natuur hier nu in Peru.

Wie veel wil zien in een korte tijd moet regelmatig gebruik maken van een gids. We hebben ervoor gekozen om gedurende de weken die tot onze beschikking staan, zo min mogelijk tijd te besteden aan het uitzoeken van praktische zaken. Dat is een goed besluit geweest. Onze gidsen leren ons niet alleen veel over Zuid-Amerika, maar zijn zelf ook voorbeelden van de sociale mobiliteit en dynamiek op dit continent.
Lukasc Santos is geboren en getogen in een favela in Rio de Janeiro en is nu een respectabel man. Ook onze gids in Lima is trots op zijn afkomst. Zijn voorouders waren slaven, Aziaten, Spanjaarden en Inca’s. De meeste Peruanen zijn mestiezen en zich bewust van het rijke verleden waar zij het produkt van zijn.


Sebastiaan is geboren in Santiago de Chile en heeft politicologie gestudeerd. Zijn werk als journalist vond hij onbevredigend. Hij wilde dichterbij de natuur leven en vestigde zich in San Pedro de Atacama. Daar brengt hij zijn dagen door met het rondleiden van toeristen en het oprichten van een eigen reisbureau. Onvermoeibaar vertelt hij over de natuur, terwijl hij eieren bakt, zodat wij op grote hoogte bij zonsopgang van een riant ontbijt kunnen genieten.
Op de amazone is Ricardo onze natuurgids. Hij kent alle dieren en planten. Niet alleen hun naam, maar ook hun spirituele betekenis en medicinale werking. Hij is opgegroeid in één van de dorpen ver weg in de jungle en heeft maximaal geprofiteerd van het onderwijs dat hij heeft gekregen. Voor hem zijn naast de sjamanen en de vroedvrouwen, de leraren de helden van het oerwoud. Na zijn basisschool heeft hij in Iquitos de middelbare school doorlopen en nu geeft hij lezingen en begeleidt hij excursies voor een internationaal gezelschap geïnteresseerde toeristen.

De bevolking van Zuid-Amerika is overwegend katholiek. Niet, zoals in Nederland, afstandelijk, rationeel en ironisch, maar betrokken, emotioneel en onbevangen. Het is volkomen terecht dat de huidige paus van dit continent afkomstig is. Hier speelt het geloof een vanzelfsprekende rol in het dagelijkse leven. Ook hier in Quito, de hoofdstad van Ecuador, zitten de kerken vol. Op zondag is er in sommige gebedshuizen al vanaf zes uur in de ochtend ieder uur een dienst. Omdat een vroege dienst meer kans zou geven op een succesvolle week, is het dan al een komen en gaan van parochianen.
Het is voor ons lastig in te schatten hoe strak de pauselijke voorschriften hier worden gevolgd. In de praktijk lijkt sprake te zijn van een harmonieuze integratie van pre-Inca, animistische, Inca-dualistische en monotheïstische katholieke tradities. Zeker hier in Ecuador, het midden van de wereld, speelt het denken rondom het middelpunt een grote rol. Net als de verdeling van de wereld in drieën, een onderwereld, aardse wereld en bovenwereld. Het gaat om evenwicht en balans.
De katholieke kerken zijn direct na de Spaanse verovering bovenop de zonne-en maantempels van de Inca’s neergezet. We slapen in een het tot hotel omgebouwde luxe stadspaleis van de familie Cangotena. Waar vroeger het gezin woonde, drinken wij nu een cocktail. Vanuit onze slaapkamer hebben we uitzicht op het San Franciscoplein en de San Franciscokerk. Onder deze kerk bevinden zich de resten van de oude zonnetempel voorzover ze niet zijn gebruikt voor de bouw van de kerk. De kerkdichtheid in Quito is hoog. De architectuur en decoraties zijn overweldigend. Ook hier een mix van invloeden. De exorbitante Spaans-Moorse stijl is overheersend, maar de (pre) Inca aanwezigheid is goed zichtbaar.


Ecuadorianen zijn trots op hun land. Sinds een jaar of tien is de rust weergekeerd. De laatste staatsgreep was in 2000. Onder leiding van de linkse President Rafael Correa en met behulp van de middelen die door de economische groei ter beschikking zijn gekomen, is geïnvesteerd in kansen en voorzieningen voor de armen. Met de trots is ook het historisch bewustzijn gegroeid. Simon Bolivar, de bevrijder van een groot aantal Latijns-Amerikaanse landen, wordt als held vereerd en ook lager opgeleide Ecadorianen zijn zich ervan bewust dat met de dood van Bolivar de mogelijkheid op één Zuid-Amerika voor lange tijd voorbij was. Juist omdat er grote overeenkomsten zijn in taal (Spaans) en geloof (katholiek) zijn de bewoners van de landen in dit deel van de wereld sterk met elkaar verbonden. Het lijkt een kwestie van tijd dat de publieke instituties een meer federatief bouwwerk zullen gaan vormen.

In Quito nemen we rust. We slenteren zonder gids door de stad en lunchen uitgebreid bij de moderne, kosmopolitische restaurants Osaka en Zazu. Een paar dagen geen traditionele zware aardappel-en maïsgerechten. We zeggen onze tweedaagse trip naar de vulkaan Cotapaxi af. Tot nu toe hebben we nauwelijks last gehad van hoogteziekte, maar een stijging naar de top van bijna 6000 meter vinden we een te groot risico. Bovendien is de vulkaan sinds enige weken actief. In onze hotelkamer ligt een dreigend schrijven waarin met vette letters wordt gewaarschuwd. Wat te doen als het yellow alert verandert in een orange alert. Zelfs hier in Quito krijgen we dan al beschermingsmaskers om te voorkomen dat we vulkanische as inademen.


Even geen Amerikanen. Dat is prettig. Tijdens de cruise over de Amazone bleken clichés als dwangmatige aandacht voor het voorkomen van risico’s en overgewicht te kloppen. Aqua Expeditions, de bootexploitant, heeft zich volledig aan zijn cliënten aangepast. Voordat we een beweging mochten maken, moesten we vrijwaringsdocumenten tekenen en voordat we het water opgingen, twee tot drie keer per dag, waren we moreel verplicht een plechtig ritueel uit te voeren. In het begin stonden ook wij in volledige veiligheidsuitrusting, van top tot teen ingesmeerd met zonnebrand factor 50 en antimuggenspray, klaar om aan boord te gaan. Daar zijn we snel mee gestopt. Vanaf dat moment keken de Amerikanen ons wat meewarig aan. Nu voldeden wij aan hun vooroordelen over nonchalante Europeanen.
Het duurde een tijdje voor we het raadsel van de open geknipte rubberen laarzen opgelost hadden. Om te voorkomen dat tijdens een wandeling door de jungle nare diertjes in je schoenen kruipen, is het belangrijk hoge laarzen te dragen. Omdat het vochtig is, zijn die laarzen van rubber. Dat is goed te volgen, maar waarom zijn ze van achteren van boven naar beneden open gesneden? Eén van de natuurgidsen geeft enigszins besmuikt antwoord op mijn vraag. De bovenmaatse kuiten van de Amerikaanse gasten bleken niet in de laarzen te passen. Daarom is van hogerhand besloten ze allemaal open te maken.
Het best op hun gemak zijn de Amerikaanse hillbillies tijdens de jacht. Op de Amazone in de vorm van een partijtje vissen op piranha’s. Dat blijkt nog niet mee te vallen. Een sympathieke conservatief uit New England, die prat gaat op zijn jagerservaring, vangt een kleine piranha en laat hem in de boot vallen. Als hij het visje oppakt om triomfantelijk aan ons te tonen, wordt hij krachtig gebeten. De roodbebloede tandafdrukken zijn goed zichtbaar in het vlees van zijn hand.

In veel Latijns-Amerikaanse landen ligt de herinnering aan militaire coups, geweld, marteling, onderdrukking van de persvrijheid, vrijheid van meningsuiting en stelselmatige discriminatie van bevolkingsgroepen nog vers in het geheugen. Kongsi’s van grootgrondbezitters, de katholieke kerk en het militaire gezag waren lang aan de macht. Pas eind vorige eeuw zijn ze vervangen door democratisch gekozen meestal linkse regeringen. Zo werd een begin gemaakt met de politieke emancipatie van de arme en inheemse bevolking.
Macht smaakt naar meer. Een paar weken geleden zijn de pogingen van de President van Bolivia, Evo Morales, om voor de vierde termijn gekozen te worden, gestrand. De bevolking heeft de hiervoor benodigde grondwetswijziging afgewezen. In Ecuador heeft Correos het niet op een stemming laten aankomen. Hij schatte de woede van de kiezers goed in stelde zijn ambitie voor een derde termijn bij. Verslaving aan de macht en omkoping gaan hand in hand. De corruptie op het continent is wijdverbreid en lastig uit te roeien. We lezen over de arrestatie op verdenking van corruptie van de populaire Braziliaanse oud-President Lula de Silva en over twee vooraanstaande Peruaanse Presidentskandidaten die door de rechter vanwege vermeende corruptie uit de race zijn gehaald.
Aan de positieve kant van de weegschaal staat het ontbreken van fundamenteel islamitisch geweld, de positie van vrouwen en homorechten. Hoewel mannelijke Latijns Amerikanen spreekwoordelijke macho’s zijn en er nog veel te wensen over is, nemen vrouwen actief deel aan het arbeidsproces. Op 8 maart besteden de media uitgebreid aandacht aan Internationale Vrouwendag en ongelijkheden tussen mannen en vrouwen. Op straat zien we openlijk homosexuele stellen en transgenders.

De onderdompeling in een andere cultuur brengt inspiratie, kennis en relativeert het eigen kleine wereldje. Het is daarnaast een geschenk om te mogen ontsnappen aan de dagelijkse sleur en tredmolen. Het voelt als een opluchting om de routinematige handelingen die het leven meestal bepalen, achterwege te laten. Ook aan ad hoc verplichtingen en mensen die tijd, ruimte en energie vragen hoeven we nauwelijks aandacht te besteden. Behalve tijdens de bootreizen zijn we niet automatisch van sociale media afgesloten. Overal is snel wifi tot onze beschikking. Maar we hebben de voicemails uitgezet en de out of office-replies aan. Het is stil om ons heen. We hebben tijd om tot rust te komen en te reflecteren. Wat is belangrijk en wat juist niet? Zoals zo vaak geeft ook nu een boek het antwoord op vragen. Pietro Paladini, de hoofdpersoon in het laatste boek van Sandro Veronesi: “Het gaat om oprecht leven, eerlijk zijn tegenover jezelf, vraagtekens zetten achter de zekerheden die het verhaal van je eigen leven vertellen.” Soms kan dat leiden tot het waarderen van de positie waarin je je bevindt in plaats van een voortdurende zoektocht naar iets anders.

We varen tussen de Galapagos eilanden. Twee boten en verder in de wijde omtrek geen andere toeristen te zien. Wel andere levende wezens. Daarvoor zijn we hier. Om net als Charles Darwin in 1835 het leven op zee, in de lucht en op het land te observeren. We zullen de komende dagen de eilanden Isabela, Fernandina, Santa Cruz en Baltra bezoeken. We gaan wandelen, varen en snorkelen.
Opvallend en ontroerend is de harmonie waarin de dieren met elkaar samenleven. Natuurlijke vijanden kunnen het hier goed met elkaar vinden. Nerveuze schichtigheid en defensiemechanismen ontbreken. Ook mensen worden ontspannen benaderd. Van heel dichtbij kunnen we zien hoe een pinguïn rustig naast een slome leguaan op het strand staat, een krab bijna onder een slapende zeeleeuw op de zwarte rotsen ligt en een pelikaan, albatros en blauwvoetgent broederlijk naast elkaar naar de zee staren.
Ook onder water is druk leven. Tropische vissen in alle kleuren van de regenboog zwemmen in groten getale voorbij. We lopen vanaf het strand rechtstreeks de zee in of springen vanaf de bootjes in het water. Snorkelen boven de zeebodem en de rotsformaties is een meditatieve ervaring. De wereld onder water is betoverend. Ik zwem in een school en ben plotseling omringd door duizenden kleine lichtgevende blauwe visjes. Ik maak oogcontact met een oude en wijze waterschildpad. Ik zie vissen in onwaarschijnlijke vormen en kleurcombinaties.

Liggend op onze rug op het dek van het schip staren we naar de hemel en volgen de vlucht van de grote fregatvogels met rode nekken. En als ik mijn hoofd opzij draai zie ik zeeleeuwen die rond de boot zwemmen. Van alle dieren zijn we het meest onder de indruk van de leguanen met hun versteende koppen. De zeeleguaan is zwart en leeft op land en in de zee. In grote groepen bevolken zij de rotsen. Heel af en toe laat er één zich met een langzame beweging in het water zakken, maar meestal zitten ze doodstil op en naast elkaar als in een bizar poppenspel. De gele landleguaan is groter, maar heeft een minstens even wijze en ondoorgrondelijke uitstraling. Als verstandige grootvaders en grootmoeders becommentariëren ze stilzwijgend het gedrag van de bezwete, druk fotograferende toeristen. Maar ook andere beesten zullen we niet meer vergeten. De Galapagospinguïn is de enige pinguïnsoort die op het noordelijk halfrond leeft, wordt ongeveer vijftig centimeter hoog en is bedreigd. Af en toe zien we er één als een eenzame militair of strenge schoolmeester op een rots staan of vliegensvlug door het water bewegen.
De eilanden zijn spontaan ontstaan uit de zee. Tijdens onze tochten zien we onwerkelijke landschappen. Zwarte en witte zandstranden. Rotsige lavabodems. Blauw-groene vulkaankratermeren. Subtropische vegetatie en een zee in alle varianten van de kleur blauw. Van azuur, hemels, Capri, paars, briljant, duif, turkoois tot parelmoer. Aan het einde van de dag trekken we ons tevreden en rozig terug om op het dek van het schip na te praten, een cocktail te drinken, te barbecuen en te kijken naar de ondergaande zon.

Onverwachts brengen we een middag door in Guayaquil. Een grote, tweeëneenhalf miljoen inwoners tellende, industrie-en havenstad aan de kust van Ecuador. Het is nogal een schok om na de stille en vredige Galapagos-eilanden weer tussen lawaaiig verkeer en hoge gebouwen te lopen. Guayaquil is geen stad die toeristen veel te bieden heeft. Wij doen ons best om er nog wat van te maken en slenteren door de koloniale wijken Las Penas en Santa Ana. Het is een bloedhete en benauwde zondagmiddag. Het meest bijzondere dat we aantreffen is uiteindelijk ons eigen hotel. Mansion del Rio ligt aan de Malecon 2000, de wandelroute langs de Guayasrivier. We slepen onze koffers vijfentwintig traptredes omhoog en worden boven verwelkomd door een magere transgender met vette zwarte haren. Ondanks de hitte is hij/zij gekleed in een groene coltrui met daaroverheen een bruin vest. Hij/zij is verrast over onze komst. We worden duidelijk niet verwacht. De inrichting van het pand dateert uit de jaren twintig van de vorige eeuw en is minstens zo curieus als het voorkomen van de hotelier. Antieke spiegels en oude zwart-wit foto’s aan de muur, hoogpolig tapijt en een overdaad aan elegante stoelen, bankjes en tafeltjes op de vloer. En overal verspreid in de ruimtes eigenaardige beelden en beeldjes. Omdat alle ramen glas in lood zijn baadt het geheel in een sinister licht.
Nauwlettend geobserveerd door de enig aanwezige employé in dit horror hotel snellen we ons naar de kamer waar we verbijsterd op bed vallen. Hier even geen high tea en een decadente salon, pre dinner cocktails aan de bar of dineetje bij kaarslicht. We zullen de straat op moeten. We luisteren met ons oor aan de deur of de nieuwsgierige engerd zich inmiddels heeft teruggetrokken en wagen dan de gok. Mis. Hij/zij staat drie meter naast onze kamerdeur achter de balie. Wij groeten vriendelijk en lopen dan snel de trap af, nagestaard door een behoedzaam zwijgende maitre d’hotel.

De laatste dagen van onze reis brengen we door in Cartagena, een stad in Caribisch Columbia met een idyllisch en kleurrijk oud-centrum, een mooie kustlijn en dynamisch zakendistrict. We logeren in het Santa Clara, een hotel dat is gesitueerd in een voormalig Clarissenklooster. Natuurlijk dineren we meteen al de eerste avond in restaurant 1621 op de patio midden tussen de kloostergangen van het twee verdieping tellende gebouw. We zitten in het tropische groen en luisteren naar beschaafde jazzmuziek, terwijl we nippen aan Chileense Chardonnay. Overdag liggen we aan het zwembad. Daar waar de nonnen vroeger hun moestuin hadden, liggen nu zwetende toeristen in de zon te branden. Ligstoelen in plaats van bananenbomen. Alleen de hoge palmen hebben de transformatie overleefd.


Aan het einde van onze tweede dag drinken we een borrel in het aan het hotel gelieerde café. Ook in deze decadente omgeving gaat plezier gepaard met geloof. Het is een uur of zes in de avond als de barman de bossanova uit zet en een playlist met plechtige Gregoriaanse muziek start. Kort daarna schrijden twee monniken in bruine pijen met kappen over hun hoofden, de ruimte binnen. Middenin het etablissement bevindt zich een trap die naar een kleine kelder leidt. Deze kelder is de crypte van Santa Clara, de moederoverste die in 1621 de kloosterorde stichtte. Ter ere van haar nagedachtenis worden in deze onderaardse rustplaats iedere dag twee kaarsen ontstoken. Als het ritueel voorbij is, gaat de salsamuziek aan en drinken wij verder van onze cocktails. Alsof er niets is gebeurd.
De bartender is een professional. Over een afstand van een kleine meter schenkt hij de drank uit zijn maatbeker in het glas. Heen en weer. Daarna steekt hij kaneelstokjes in brand en zet er een glas overheen, zodat de geur in de cocktail zal blijven hangen. Hij tovert geconfijte kersen om tot gevulde olijven door snel en behendig te schuiven met twee shakers en laat twee vorken leunen op één tandenstoker die op zijn beurt hangt op één andere tandenstoker die dwars op de bovenkant van een wijnfles ligt. Columbiaans magisch-realisme.

Columbia is vruchtbaar en heuvelachtig. Cali is de derde stad van Columbia en onze laatste stop op weg naar Amsterdam. Mister Trujillo vangt ons op en brengt ons meteen naar het hoogste punt van de stad, daar waar Jezus ons met open armen ontvangt. Aan de ene kant van het beeld de stad met zijn drieëneenhalf miljoen inwoners en aan de andere kant de bergen met dwars daardoorheen de weg naar de kust. Ongeveer zeven weken geleden stonden we ook in de schaduw van een, net iets grotere, Jezus en keken we uit over Rio de Janeiro. Nu op de laatste dag van de reis, vindt deze herhaling plaats. Een magische en wonderlijke echo die het recente verleden in herinnering roept en de reis niet alleen een liniaire gebeurtenis van a naar b laat zijn, maar ook een perfecte cirkel.
Het aangename en levenslustige Cartagena deed ons al terugdenken aan het relaxte en vrolijke Rio, maar deze beelden die beide hun beschermende armen naar hun steden uitstrekken, versterken ons gevoel van volmaaktheid. Volgens mister Trujillo gebeuren zaken nooit zomaar toevallig. Alles heeft een reden en betekenis. Jaren geleden sloeg bij beide Jezussen tegelijk de bliksem in. Een omineus teken.


Mister Trujillo heeft dertig jaar tussen de Cubanen in Miami gewoond. Sinds vijf jaar is hij terug in Cali. Niet meer 24/7 werken en vier uur per dag in de file staan, maar werken om te leven, praten met vrienden en je oude moeder te bezoeken. Cali maakt inderdaad een ontspannen en prettige indruk. De auto’s rijden deels onder de grond en in de binnenstad zijn langs de rivier groene wandelpromenades ontwikkeld. Na een uur of drie in de middag steekt een windje op dat de drukkende hitte verjaagd. Hoe comfortabel het ook lijkt in Cali, de recente geschiedenis speelt wel degelijk een rol in het heden. In de oosten van de stad leven voormalige FARC-guerilleros in dezelfde wijken als hun vijanden, de paramilitairen. Beide groepen weten niet hoe hun toekomst eruit zal zien. Regelmatig zijn hier uitbarstingen van geweld. Dit stadsdeel laten we vandaag daarom maar links liggen.
Mister Trujillo weet het zeker. Cali is de mooiste stad van Columbia. Hij zal er zijn oude dag slijten. Hij trekt een biertje open en laat zich in zijn stoel zakken. Net als de andere Zuid-Amerikanen die wij ontmoetten is hij trots op zijn continent. Wat ons betreft terecht. In de verte glimlacht Jezus.