Bhutan (2018)

Bhutan is een dwergstaatje in de Himalaya. Het koninkrijk ligt tussen China en India in. Er wonen slechts ongeveer 750.000 mensen waarvan een procent of 5, man en vrouw, monnik is. Overal in het land is de invloed van het tantrische boeddhisme merkbaar. De officiële leer streeft naar verlichting en dat is terug te vinden in het regeringsbeleid. Sinds 2008 is Bhutan een democratie met een koning en streeft het naar nationaal geluk.

Ik reis van Thimpu naar Paro. Over bergpassen en door dalen. Een prachtige weg. Zeker in april waarin bloemen en vooral rhododendrons bloeien. Aangezien ik reis met slechts een chauffeur (Lap Tshering) en een gids (Dawa) is het mogelijk om diverse religieuze bijeenkomsten te bezoeken. Dat kan in een klooster of tempel zijn, maar regelmatig vinden ceremonies ook gewoon plaats langs de kant van de weg.

De sfeer is voortdurend licht. Het land is het beste te omschrijven als bucolisch, Zwitsers en lieflijk. De praktijk is dat Bhutan een arm land is waar 90% van de bevolking afhankelijk is van de landbouw. Inmiddels wordt er gewerkt aan het opwekken van energie middels waterdammen, maar dat strookt niet altijd met de milieu vriendelijke oriëntatie van de regering. Bovendien zijn er spanningen met China (Bhutan richt zich op India) en gaat het land streng om met vluchtelingen.

Los van de genoemde issues, heb ik vooral genoten. Ik heb overnacht in intieme en serene hotels, iedere dag genoten van het nationale gerecht ema datshi (gesmolten kaas met groene en rode pepers), oude en kleurrijke tempels, kloosters en dzongs bezocht, prachtige bergwandelingen gemaakt naar hoog gelegen kloosters, kunnen mountainbiken in de Gangtey vallei en mogen raften in de Punakha vallei. Uiteindelijk heb ik, na een klim van 800 meter, ook het hoogtepunt bereikt; het klooster Tiger’s Nest.